Berichten

Naast me staat een meisje. Ze is 9 jaar.

Ze twijfelt. Zal ik gaan vuurlopen? Of niet. Zal ik het doen? Of niet.

Opeens zegt ze: ” ik vind het zo spannend!

Ja het is ook spannend.

Maar ik vind het zó spannend“, herhaalt ze.

Ja dat mag. Voel dat maar, dat je het spannend vind. ”

Ze blijft staan, voor het vuurpad. In stilte.

Plotseling vraagt ze aan de volwassenen: “Willen jullie harder zingen?”

Dat doen ze.

Voor haar.

En dan maakt ze een keuze.

BAM daar gaat ze.

WOW.

Geregeld is het raak, dan kan één van mijn dochters niet slapen. Ze komen naar beneden of roepen vanuit hun bed dat ze niet kunnen slapen. Ze willen niet dat ik naar beneden ga en dat ik bij ze blijf. Het liefst bij ze in bed. En opzich vind ik dat geen probleem alleen helpt het vaak niet om in slaap te vallen. Sterker nog, ze kwebbelen gezellig door over de dag, wat ze bezig houdt en vertellen wat ze morgen willen gaan doen. Ze zitten zó in hun koppie, dat ze niet voelen dat ze moe zijn. En eerlijk is eerlijk, op een gegeven moment wil ik ook gewoon naar beneden en mijn ding doen. Zo simpel is het.

Maar ja, wat dan? Boos worden heeft geen enkele zin, ze erop aanspreken ook niet. Dan spreek je ze alleen op hun hoofd aan en het is juist de uitdaging om ze te laten zakken want dat koppie ratelt maar door. Dat heb ik zelf ook als ik niet kan slapen. Hoofd leeg maken en je lijf voelen, dan zijn ze zo vertrokken. Maar dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Dus bij deze: in huize Janne werkt onderstaande vaak:

Fysieke aanraking

Shantala massage met lavendelolie of voeten vasthouden is vaak een goede manier. In stilte. Ook laat ik ze vaak op hun rug liggen en leg mijn vlakke hand (met handpalm naar boven) onder hun onderrug en vraag of naar mijn hand willen ademen. Ik vraag of ze zich helemaal zwaar willen maken zodat ze wegzakken in de matras. Soms schuif ik mijn andere hand ook onder hun schouderbladen en blijf zo rustig een paar minuten staan. Mijn handen dragen ze. Als ik voel dat ze wegzakken, trek ik langzaam mijn bovenste hand terug en tot slot mijn onderste hand. Vaak slapen ze dan al.

Blablablablabla

Deze oefening kreeg ik ooit bij een mindfulnesstraining en werkt ook hartstikke goed bij kinderen heb ik gemerkt. Als hun hoofd vol zit met gedachten vraag ik wat die stemmetjes zeggen. Niet in exacte woorden maar in blablablabla. Zijn ze boos? Verdrietig? Vrolijk? Of ratelen ze maar door? Ik betrek het hele lijf. Laat ze schudden met hun handen en hoofd, stampen met hun voeten. Het kan staand maar ook prima liggend in bed. Heel hard en boos blablabla zeggen, vrolijk en luchtig blablabla brabbelen. Met een hoog stemmetje, lage stem, langzaam en snel. Ik doe ook altijd mee. In het begin vinden ze dat hilarisch (en dát maakt ook al dat ze in hun lijf zakken!) en daarna doen ze lekker mee.  Ik heb hele dialogen op deze manier gevoerd. En op een gegeven moment is het op. Hebben ze alles eruit geblablaat en is hun hoofd leeg.

Welke kleur….

Geen idee meer hoe ik hier ooit op kwam maar deze oefening doe ik ook al jaren met mijn kinderen. Als ze zo in hun hoofd zitten vraag ik welke kleur hun armen hebben. Of hun buik, billen, knieën of voeten. Of ze warm zijn of koud. Zacht of hard. Of het tintelt of niet. In het begin zegt de oudste vaak: huidskleur. Maar als ik doorvraag en vraag hoe het van binnen voelt komt ze vaak met de mooiste kleuren. Of ze merken op dat het eerst hard was en later dat het zachter word. Als ze erg in hun koppie zitten begin ik ook daar. Dus: welke kleur hebben je oren? De stap van hoofd naar voeten is gewoon te groot, dus zak ik geleidelijk naar beneden. En vaak, tegen de tijd dat ik bij hun kleine teen ben, slapen ze bijna 🙂

Enne ze werken vaak maar heus niet altijd dus meer ervaringen zijn altijd welkom!

Gewetensvraag: wat is je allergrootste wens voor jouw kind? Het eerste dat in mijn hoofd opkomt als ik mezelf deze vraag stel is ’dat ze gelukkig is’. Maar wát maakt mijn kind gelukkig? Deze vraag houd mij al een tijdje bezig.

Als ik naar mezelf kijk, ben ik gelukkig als ik mezelf kan zijn. Om dat te kunnen moet ik mij veilig voelen en vertrouwen op mijn eigen kunnen. Zodat ik ook gerust op mijn bek durf te gaan en het daarna gewoon nog een keer probeer. Dat ik plezier heb in de dingen die ik doe. Alleen of samen met anderen. Dat mijn ideeën en gevoelens worden erkend en dat er dus naar mij geluisterd word en ik word gehoord. Daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat iedereen het altijd met mij eens hoeft te zijn. Juist niet! Ik hou van een levendige discussie. Kortom: ik voel me gelukkig als ik doe wat ik leuk vind, word gezien, erkend en gehoord, precies zoals ik ben. En ik denk dat dit ook voor mijn kinderen geldt.

Vermoedelijk zijn er meer ouders met deze wens. En met deze wens in mijn achterhoofd vraag ik me steeds vaker af waarom we onze kinderen continue langs een meetlat proberen te leggen. Het begint al bij de geboorte: statistieken worden opgesteld, oei ik groei wordt geraadpleegd, bij het consultatiebureau worden allerlei testen afgenomen, vanaf de kleuterschool wordt bij kinderen de CITOtoets afgenomen en wordt ze gevraagd vooral ‘hun best’ te doen. Waarom? Waarvoor hebben we al deze meetinstrumenten en richtlijnen nodig? Enerzijds snap ik het: je wilt een kader om te weten hoe je kind zich ontwikkelt. Maar dit  kader lijkt steeds meer door te slaan in een norm die gehaald moet worden. En als je kind niet aan een bepaalde norm of richtlijn voldoet, dan zal er vast wel ‘íets’ mis zijn met je kind.

Het gevolg hiervan werkt niet alleen door op onze kinderen maar ook op ouders. Want als er ‘iets’ mis is met je kind dan moet je daar ‘iets’ aan doen. Maar als je er ‘iets’ aan wil doen, wil je vaak ook de ‘oorzaak’ weten en dan tast je al snel in het duister met een hoop onzekerheid tot gevolg. Ik ontmoet geregeld ouders van jonge kinderen die in de stress schieten omdat hun kind niet volgens het schema eet, of op een bepaalde leeftijd nog geen twee woorden kunnen spreken. Terwijl het ondertussen wel al de trap naar de glijbaan heeft bedongen! Of die geen weet hebben van ontwikkelingsfases van kinderen en dus ook geen idee hebben dat hun ‘lastige’ 9 jarige (zorgen)kind een volslagen gezonde ontwikkeling doormaakt. We toetsen en kijken echter alleen naar de cognitieve ontwikkelingen en naar andere dingen wordt niet gekeken, dus je hebt geen idee. Ik zie dat dit vaak een boel spanning en stress oplevert binnen een gezin. Dát kan toch niet de bedoeling zijn?

Begrijp me niet verkeerd. Ik vind zeker dat je kinderen mag uitdagen en stimuleren. Niets mis mee. Maar doe dat op basis van het unieke kind die je voor je hebt en niet aan de hand van een methodiek of gemiddelde waarmee we kinderen in een hokje pogen te stoppen. Want waarom proberen we dat überhaupt? Het ene kind ontwikkelt zich nu eenmaal anders dan het andere kind.  Wat is het doel vanal die toetsen? Word hij of zij er gelukkig van? De juf? De meester? Ouders? Nee dat ik geloof ik niet. Maar wat dan wel? Ik zie het niet. Jij?

Eerder schreef ik al een blog over de peuterpuberteit. Mijn twee jarige dochter zit er tot diep over haar oren in. Als ze iets wil, dan doet ze het. En wil ze iets niet, dan doet ze het niet. Lekker overzichtelijk. Voor haar dan, want voor ons is het soms verdomd lastig. Bijvoorbeeld als ze geacht wordt te gaan slapen…

Daar heeft ze namelijk met enige regelmaat totaal geen zin in. Ze gaat gewoon door met spelen, dansen en springen in bed. In het begin kan ik er nog wel om lachen maar als het op een gegeven moment bijna half 10 is, mijn geduld opraakt en de zwarte kringen onder haar ogen verschijnen begin ik me serieus af te vragen hoe ze het in hemelsnaam vol houdt. Het lijkt er dan op dat ze nog zo druk is in haar hoofd om alle prikkels van de dag te verwerken, dat ze niet meer voelt dat ze moe is.

Vandaag had ik daar een boeiend gesprek over met een ervaren moeder en tevens jeugdarts. Ze herkende het helemaal en kwam met een prachtig advies, namelijk: spreek haar niet alleen verbaal aan maar spreek haar ‘oren in de benen’ aan door de dingen met haar te gaan doen en vaker in beeldentaal te spreken. Haar hoofd is al zo druk dus vermijd verbale communicatie luidde haar advies.

Maar hoe doe je dat dan? Je kunt je kind masseren met bijvoorbeeld lavendel massage olie. Daar worden ze vaak rustiger van en ze voelen hun lijf. En daarnaast: zet je fantasie en creativiteit in! Laat bijvoorbeeld de poppen en knuffels praten en vertel je kind indirect je boodschap en gebruik de pop of knuffel als voorbeeld. Bij mijn dochter lijkt het erg goed te werken. Door eerst met haar knuffels te gaan praten (‘ Oh beer, wat zeg je? Wil je slapen? Ben je zo moe? Kom ik leg je in bed want het is ook al heel laat. Help je beer instoppen? Zo beer ligt lekker in bed. Stttt…. zachtjes…. beer slaapt al want hij is heel moe. Ben je ook moe? Zal ik jou ook instoppen? etc….), zakt ze uit haar verzet. Ze gaat meedoen, wordt rustiger en ziet het even later helemaal zitten om er lekker naast te gaan liggen.

En knuffels zijn overigens multi functioneel! Eerder heb ik al ontdekt dat ze prima kunnen tanden poetsen, aankleden, boodschappen doen etc. En ja, ik vraag me op sommige momenten ook wel eens af waar ik in hemelsnaam mee bezig ben. Maar dat verwonderde gezichtje en de bijzondere momenten die het oplevert zijn werkelijk onbetaalbaar!

Stel… je gaat voor je werk naar een training die twee dagen duurt. Het is inclusief een hotelovernachting. Niet heel gek in werkend Nederland toch? Je bereidt je voor. Pakt al je spullen en als je weg gaat zegt iedereen tegen je: wél je best doen hè? Wat doet dat met je? Krijg je er nog meer zin in? Haal je je schouders op? Vergroot het je plezier in de training? Roept het een spanning op? Of….

De training blijkt intensief. De hele dag hoor en zie je nieuwe dingen. Van half 9 ’s ochtends tot in de middag zit je op een stoeltje in een inspiratieloze workshopruimte met een flip-over en een white board in een honderd in een dozijn hotel ergens langs de snelweg. Want dat is zó lekker makkelijk bereikbaar. Het enige wat er buiten te zien is, is een strak gemaaid gazonnetje of, als je geluk hebt, een bosje achter het hotel waar je in je korte pauze een rondje kunt wandelen.

De volgende dag krijg je een toets. Om te controleren of je de dag ervoor wel goed genoeg hebt opgelet. Je moet een bepaalde score halen anders krijg je je certificaat niet en dat zou je baas niet leuk vinden. Spannend! Je belt naar huis om te vertellen hoe het is en weer hoor je: wél je best doen hè? Wat doet dat met je? Ga je nu met een gerust hart de toets in of roept het juist meer spanning op? En wat als je straks faalt? Begreep je de stof niet goed genoeg? Deugde de test niet? Was de trainer een eikel of … heb je dan simpelweg niet genoeg je best gedaan?

Achja…ik heb het bovenstaande allemaal maar verzonnen. Mijn duim is groot, zoiets gebeurt natuurlijk niet. Alhoewel… ik hoor volwassenen dit zó vaak tegen kinderen zeggen. Op het schoolplein, in het zwembad, bij de sportvelden, ….. Het is bijna niet te turven hoe vaak er word gezegd ‘wél je best doen hè? Het staat zelfs in kinderboekjes! Hoe vaker ik het lees of hoor, hoe opstandiger ik word. Waarom zeggen we dat toch iedere keer weer? Alsof kinderen het anders niet ‘goed genoeg’ proberen? Ze anders er met hun pet naar gooien? Het lijkt wel een motie van wantrouwen! Wat is er mis met ‘van proberen kun je leren’? Experimenteer, probeer, heb plezier en leer!

Een oud collega keek me ooit verschrikt aan toen ik me hier vreselijk druk om maakte bij de lunch. Hij realiseerde zich plotseling dat hij dit elke ochtend tegen zijn dochters zei. Tsja… en waarom eigenlijk? Hij had er nog nooit over nagedacht. Het was een gewoonte. Het was een standaardzinnetje geworden. En ik vrees dat hij niet de enige is.

Vertwijfelt vroeg hij: maarre… wat zeg jij dan eigenlijk? Nou gewoon: veel plezier! Geniet van deze mooie dag! Zoiets. Er verscheen een brede lach op zijn gezicht. Je hebt gelijk. Dat is het allerbelangrijkste! Dat zouden we eigenlijk allemaal moeten je zeggen. Precies! Wie volgt?

Deze week wordt mijn jongste dochter twee. De leeftijd waarop men zegt dat kinderen het woord ‘nee’ gaan ontdekken. Mijn jongste heeft echter niet gewacht tot haar 2e verjaardag (alhoewel het woord ‘nee’ nog niet in haar vocabulair voorkomt) maar dat neemt niet weg dat ze al een paar maanden tot over haar oren in de beruchte peuterpuberteit zit. Het kán dus ook eerder! Hoe zich dat uit? Gillen en op de tafel slaan als ze een beker melk wil. Niet zo.. nee NU! Het eindeloos open maken van kastjes en het liefst de gehele inhoud eruit trekken. Rustig de tuin uitlopen en als je haar roept, draait ze om, kijkt je aan en zet het vervolgens op een lopen richting de speeltuin. En zint mevrouw iets niet? Dan werpt ze zich krijsend en gillend op de grond, trekt holle ruggen en huilt krokodillentranen. En het maakt haar werkelijk niet uit hoe groot de ander is. Als zij hetgeen wil dat de ander in zijn handen heeft dan trekt, krijst en gilt ze. En zo kan ik nog wel even doorgaan… Herkenbaar?

Maar waarom lijken al die twee jarige soms in van die kleine monstertjes te veranderen? Kinderen rond de twee jaar gaan zich beseffen dat ze een eigen individu zijn. Dat zij en papa en mama niet één geheel zijn. Maar dat ze zelfstandig zijn. Met een eigen wil. En die grenzen gaan ze ontdekken: tot hoever kan ik gaan? Wat wil ik? Wat wil ik niet? Een hele gezonde ontwikkeling dus! En wat kun je nu doen als ouder? Laten gaan? Boos worden? Heel hard gaan lachen? Of je samen met je kind krijsend op de grond storten midden in de supermarkt zoals in een reklame?

Bedenk dat dit een belangrijke ontwikkelingsfase is waar elk kind doorgaat en je kind kan zich alleen ontwikkelen als het zich veilig voelt en deze emoties mag uiten. Het zoekt jouw steun en wil bevestigd worden in wie hij of zij is. Het wil serieus gehoord en gezien worden. Door deze bevestiging krijgt het vertrouwen en leert het zichzelf kennen. Maar HOE dan, vragen ouders zich vaak af. Helaas heb ik geen kant-en-klare oplossing. Maar dit zijn de dingen die voor mij de afgelopen twee keer hebben geholpen:

Stel geduldig maar duidelijk je grenzen
Je kind zoekt de grenzen en als ze niet duidelijk zijn, zal hij of zij ze blijven zoeken. En realiseer je dat kinderen af en toe controleren of de grens die gisteren of een uur geleden is gesteld, nu ook nog geldt. Zie het als pure nieuwsgierigheid. Je kind controleert gewoon of het vandaag nog steeds niet op die tafel mag klimmen. Het doet het dus niet om jou te pesten. Gewoon even checken…

Laat je kind zich uiten
Tsja misschien wel het lastigste op sommige momenten. Maar als je kind krijsend op de grond ligt omdat het zijn zin niet krijgt, laat het uitrazen zolang dat veilig kan. Zelf heb ik mijn oudste dochter ooit een keer voor de ingang van de HEMA weggehaald zodat mensen er gewoon in en uit konden en heb haar een paar meter verderop uit laten razen. Je geeft daarmee aan dat je van ze houdt, no matter what. En zij is het belangrijkste, niet wat andere mensen vinden en denken.

Geef aan wat je kind wél mag doen
Bedenk dat je kind het woord ‘niet’ niet hoort. Dit geldt overigens ook voor volwassenen. Als je kind dus een kast open maakt en dat mag niet, zeg dan niet: Neeee Pietje, je mag het kastje niet openmaken want het hoort dan: je mag het kastje openmaken. Het werkt beter door te zeggen: Pietje? Doe je het kastje weer dicht? Of Marietje, stop je de duplo weer in de kist? etc.

Zet knuffels in!
Een gouden tip die ik ooit kreeg van een jeugdarts. Soms zit je kind zo in afzetten dat het niet uit lijkt te maken wat je zegt, alles is gewoon nee.  Dan willen ze vaak wel luisteren naar een knuffel. Laat beer zeggen: zeg lieverd, mag ik vandaag jouw tanden poetsen? En dat vinden ze prachtig! Eerst geloofde ik het niet maar na een paar keer was ik om. Zelfs naar de Robijnbeer in de supermarkt luisterden ze 🙂

Draai het om!
Soms zitten ze gewoon in een modus: ik zet me af om het afzetten! Dan valt er werkelijk geen land mee te bezeilen. Misschien is het volledig pedagogisch onverantwoord maar ik heb hem geregeld ingezet: draai de situatie om. Als mijn dochter brulde: ik wil mijn schoenen niet aan doen! Dan zei ik: nee, ga maar op blote voeten. Dat lijkt me veel beter. Lekker met je blote voeten over straat dat is inderdaad een prachtidee. Binnen no time had ze dan haar schoenen aan en riep: ik doe lekker WEL mijn schoenen aan. Let wel: maak het niet belachelijk.

Lach erom!
Soms is het ook gewoon TE grappig. En als het je soms tot wanhoop drijft herhaal de mantra: het is een fase, het is een FASE. Heus! Het helpt.

Tot zover mijn tips en trucs om met een peuterpubertje om te gaan. Zelf leer ik ook nog elke dag bij. Want het is nu de derde die er inzit en het lijkt ook degene te zijn die er het heftigste inzit. Dus als je nog tips en trucs weet: deel ze! Ik hoor ze graag!