Berichten

In de maanden november en december is het een achtbaan bij ons thuis. Het zijn altijd twee knetterdrukke maanden. Het begint bij de viering van Sint Maarten op 11 november. Langs alle deuren met een zelfgemaakte lampion. Hoeveel snoep zullen ze dit jaar bij elkaar zingen? Vlak daarna komt Sinterklaas aan in Nederland. Tenminste als alles goed gaat met de boot. Ojee… waar zijn die pakjes nou toch gebleven?! Als dat maar goed gaat! En als deze beste man net per helikopter of boot het land weer heeft verlaten staat het volgende event alweer op de agenda: de verjaardag van man én dochterlief. En dan hebben we het niet eens over de andere vele verjaardagsfeestjes in deze periode. Want iedereen plant dat ook nog even vóór de kerstvakantie. Achja, bijna vergeten! Kerst… met kerstdiners, kerstontbijten… Pff… ik weet niet hoe het bij jullie thuis is maar soms zou ik de tijd zo vooruit willen spoelen naar 2 januari….

Het is natuurlijk allemaal hartstikke leuk maar mijn kinderen zijn door alle festiviteiten totaal overprikkelt. Dat uit zich vooral in bleke gezichtjes, lange tenen en korte lontjes. Ze hebben last van hun buik en/of kunnen niet slapen. Er hoeft maar íets te gebeuren of ze gaan volledig uit hun dak, gevolgd door een fikse huilbui. We proberen het te ondervangen door zo min mogelijk daarnaast te doen. Door ze uit hun dak te laten gaan en te laten huilen tot de tranen op zijn. Rustmomenten in te bouwen. Te zorgen voor gezonde voeding. Massages. Naar buiten te gaan en fysiek te bewegen. Op tijd te gaan eten en slapen. Kortom: practise what you preach! En ik moet zeggen dat het dit jaar best goed gaat maar ik moet ook bekennen dat het niet altijd even makkelijk is, om geduld op te blijven brengen na de zoveelste uitbarsting. Het betekent dan ook goed voor mijzelf blijven zorgen door eigenlijk precies hetzelfde te doen én door keuzes te maken om bepaalde dingen niet te doen. Ook al zijn ze nog zo leuk …

Vooral mijn middelste dochter is het snel teveel. Toen ik haar vorige week van school ging ophalen kwam er een bleek meisje naar buiten en ik realiseerde mij: ze is op. En ik ook. Dus ik besloot: No matter what, we doen niks vandaag. ” Mama mag hij bij ons spelen?,,. ” Nee lieverd vandaag niet,,. ” Waarom niet?,,Vanochtend heb ik er ruim een half uur over gedaan om je überhaupt wakker te krijgen en je ziet er bleek en moe uit. Zelf ben ik ook moe. Vandaag doen we daarom helemaal niks,,. Even was het stil. Toen stortte ze zich ten gronde. Gillend. Krijsend. “ Ik ben helemaal niet moe mama! Echt niet!! En vanochtend ook niet, ik was aan het nep slapen mama!,, Ik hielt mijn poot stijf. ” Ik snap dat je heel graag wilt dat hij komt spelen en dat je teleurgesteld bent maar vandaag mag het niet,,. Woest werd ze. Schreeuwend en huilend liep ze de school in om haar fietssleutel te pakken. Op de terugweg kwam ze haar juf tegen die vroeg: ” ben je verdrietig?,,  “Ja!,, en ze stampte door. ” Waar is je moeder?,, “Hier,, zei ik. Vragend keek ze mij aan. ” Ze is boos op mij omdat ze niet met iemand mag spelen vandaag, we gaan niksen,,. ” Ze is moe hè,,? fluisterde juf. Ik knikte. Daarom juist. “Ja,, zei juf, ” ze zijn allemaal op. Het is ook zovéél in deze periode. Alles komt tegelijk lijkt wel…,,

Mijn dochter was het uitaard totaal niet met mij eens. Sterker nog: ik was de stomste moeder van de hele wereld. Echt! En het gekke was, hoe hysterischer ze werd, hoe rustiger en zekerder ik van mijn zaak werd dat het een goede keuze was. Het schoolplein was inmiddels bijna verlaten toen we naar huis konden gaan. Nog steeds kwaad fietste ze een eind voor me. Ze trapte al haar boosheid weg. De afstand tussen ons werd steeds kleiner. “Mama?,, zei ze met een piepstem. ‘”Wil je mij duwen? Ik ben moe,,. We waren nog niet eens op de helft. Ze voelde opeens haar lijf en hoe moe ze was. Daar was ik blij om maar zei niets. ” Natuurlijk lieverd,,. Eenmaal thuis was het goed. We hebben die middag weinig gedaan. Toen ik haar vroeg op bed legde en weg wilde gaan zei ze opeens: ” Mama? Toch wel fijn dat hij niet bij mij mocht spelen vandaag…,, Glimlachend deed ik het licht uit. ” Fijn, slaap lekker lieverd…,,

Geregeld is het raak, dan kan één van mijn dochters niet slapen. Ze komen naar beneden of roepen vanuit hun bed dat ze niet kunnen slapen. Ze willen niet dat ik naar beneden ga en dat ik bij ze blijf. Het liefst bij ze in bed. En opzich vind ik dat geen probleem alleen helpt het vaak niet om in slaap te vallen. Sterker nog, ze kwebbelen gezellig door over de dag, wat ze bezig houdt en vertellen wat ze morgen willen gaan doen. Ze zitten zó in hun koppie, dat ze niet voelen dat ze moe zijn. En eerlijk is eerlijk, op een gegeven moment wil ik ook gewoon naar beneden en mijn ding doen. Zo simpel is het.

Maar ja, wat dan? Boos worden heeft geen enkele zin, ze erop aanspreken ook niet. Dan spreek je ze alleen op hun hoofd aan en het is juist de uitdaging om ze te laten zakken want dat koppie ratelt maar door. Dat heb ik zelf ook als ik niet kan slapen. Hoofd leeg maken en je lijf voelen, dan zijn ze zo vertrokken. Maar dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Dus bij deze: in huize Janne werkt onderstaande vaak:

Fysieke aanraking

Shantala massage met lavendelolie of voeten vasthouden is vaak een goede manier. In stilte. Ook laat ik ze vaak op hun rug liggen en leg mijn vlakke hand (met handpalm naar boven) onder hun onderrug en vraag of naar mijn hand willen ademen. Ik vraag of ze zich helemaal zwaar willen maken zodat ze wegzakken in de matras. Soms schuif ik mijn andere hand ook onder hun schouderbladen en blijf zo rustig een paar minuten staan. Mijn handen dragen ze. Als ik voel dat ze wegzakken, trek ik langzaam mijn bovenste hand terug en tot slot mijn onderste hand. Vaak slapen ze dan al.

Blablablablabla

Deze oefening kreeg ik ooit bij een mindfulnesstraining en werkt ook hartstikke goed bij kinderen heb ik gemerkt. Als hun hoofd vol zit met gedachten vraag ik wat die stemmetjes zeggen. Niet in exacte woorden maar in blablablabla. Zijn ze boos? Verdrietig? Vrolijk? Of ratelen ze maar door? Ik betrek het hele lijf. Laat ze schudden met hun handen en hoofd, stampen met hun voeten. Het kan staand maar ook prima liggend in bed. Heel hard en boos blablabla zeggen, vrolijk en luchtig blablabla brabbelen. Met een hoog stemmetje, lage stem, langzaam en snel. Ik doe ook altijd mee. In het begin vinden ze dat hilarisch (en dát maakt ook al dat ze in hun lijf zakken!) en daarna doen ze lekker mee.  Ik heb hele dialogen op deze manier gevoerd. En op een gegeven moment is het op. Hebben ze alles eruit geblablaat en is hun hoofd leeg.

Welke kleur….

Geen idee meer hoe ik hier ooit op kwam maar deze oefening doe ik ook al jaren met mijn kinderen. Als ze zo in hun hoofd zitten vraag ik welke kleur hun armen hebben. Of hun buik, billen, knieën of voeten. Of ze warm zijn of koud. Zacht of hard. Of het tintelt of niet. In het begin zegt de oudste vaak: huidskleur. Maar als ik doorvraag en vraag hoe het van binnen voelt komt ze vaak met de mooiste kleuren. Of ze merken op dat het eerst hard was en later dat het zachter word. Als ze erg in hun koppie zitten begin ik ook daar. Dus: welke kleur hebben je oren? De stap van hoofd naar voeten is gewoon te groot, dus zak ik geleidelijk naar beneden. En vaak, tegen de tijd dat ik bij hun kleine teen ben, slapen ze bijna 🙂

Enne ze werken vaak maar heus niet altijd dus meer ervaringen zijn altijd welkom!

Stel… je gaat voor je werk naar een training die twee dagen duurt. Het is inclusief een hotelovernachting. Niet heel gek in werkend Nederland toch? Je bereidt je voor. Pakt al je spullen en als je weg gaat zegt iedereen tegen je: wél je best doen hè? Wat doet dat met je? Krijg je er nog meer zin in? Haal je je schouders op? Vergroot het je plezier in de training? Roept het een spanning op? Of….

De training blijkt intensief. De hele dag hoor en zie je nieuwe dingen. Van half 9 ’s ochtends tot in de middag zit je op een stoeltje in een inspiratieloze workshopruimte met een flip-over en een white board in een honderd in een dozijn hotel ergens langs de snelweg. Want dat is zó lekker makkelijk bereikbaar. Het enige wat er buiten te zien is, is een strak gemaaid gazonnetje of, als je geluk hebt, een bosje achter het hotel waar je in je korte pauze een rondje kunt wandelen.

De volgende dag krijg je een toets. Om te controleren of je de dag ervoor wel goed genoeg hebt opgelet. Je moet een bepaalde score halen anders krijg je je certificaat niet en dat zou je baas niet leuk vinden. Spannend! Je belt naar huis om te vertellen hoe het is en weer hoor je: wél je best doen hè? Wat doet dat met je? Ga je nu met een gerust hart de toets in of roept het juist meer spanning op? En wat als je straks faalt? Begreep je de stof niet goed genoeg? Deugde de test niet? Was de trainer een eikel of … heb je dan simpelweg niet genoeg je best gedaan?

Achja…ik heb het bovenstaande allemaal maar verzonnen. Mijn duim is groot, zoiets gebeurt natuurlijk niet. Alhoewel… ik hoor volwassenen dit zó vaak tegen kinderen zeggen. Op het schoolplein, in het zwembad, bij de sportvelden, ….. Het is bijna niet te turven hoe vaak er word gezegd ‘wél je best doen hè? Het staat zelfs in kinderboekjes! Hoe vaker ik het lees of hoor, hoe opstandiger ik word. Waarom zeggen we dat toch iedere keer weer? Alsof kinderen het anders niet ‘goed genoeg’ proberen? Ze anders er met hun pet naar gooien? Het lijkt wel een motie van wantrouwen! Wat is er mis met ‘van proberen kun je leren’? Experimenteer, probeer, heb plezier en leer!

Een oud collega keek me ooit verschrikt aan toen ik me hier vreselijk druk om maakte bij de lunch. Hij realiseerde zich plotseling dat hij dit elke ochtend tegen zijn dochters zei. Tsja… en waarom eigenlijk? Hij had er nog nooit over nagedacht. Het was een gewoonte. Het was een standaardzinnetje geworden. En ik vrees dat hij niet de enige is.

Vertwijfelt vroeg hij: maarre… wat zeg jij dan eigenlijk? Nou gewoon: veel plezier! Geniet van deze mooie dag! Zoiets. Er verscheen een brede lach op zijn gezicht. Je hebt gelijk. Dat is het allerbelangrijkste! Dat zouden we eigenlijk allemaal moeten je zeggen. Precies! Wie volgt?