Hebben alle kinderen die bij jou komen, een probleem?

‘ Hebben alle kinderen die bij jou komen een probleem? ‘

Vroeg laatst iemand. Dat vond ik een boeiende vraag. Want wanneer heb je nu eigenlijk een probleem?

Hebben kinderen een probleem,
– als ze moeite hebben met stilzitten?
– als ze geregeld uitbarstingen hebben?
– als ze niet goed weten wat ze kunnen?
– als ze heel veel piekeren?
– als ze liever alleen zijn dan feestjes afgaan?
– als ze moeite hebben met slapen?
– als ze als ze gevoelig zijn voor prikkels zoals geluid, drukte, en beelden?
– als ze anderen haarfijn aanvoelen?
– als je geen idee hebt wat er in hun hoofd omgaat?
– als….

In sommige gevallen: ja. In sommige gevallen: nee. En in sommige gevallen hebben de kinderen geen probleem maar de omgeving om hen heen wel (en hebben kinderen dáár een probleem mee).

Snap je het nog? Een voorbeeldje: Zo heeft een bewegelijk kind vaak geen problemen met zijn of haar bewegelijkheid maar wel met zijn omgeving die daar moeite mee heeft en van ze verwachten dat ze stil zitten. Nog een voorbeeld: een stil kind die weinig vertelt heeft hier zelf vaak weinig moeite mee, maar wordt gek van de mensen om hem of haar heen die maar wil weten wat er in hun hoofd omgaat. En zo kan ik wel even doorgaan.

Maar nee. Niet alle kinderen hebben dus een probleem.

Wat ze wel gemeen hebben?
Dat ze verlangen naar een verandering.
Dat ze willen weten hoe ze ergens mee om kunnen gaan.
Dat ze willen ontdekken hoe ze zich kunnen uiten.
Dat ze willen onderzoeken wat ze zelf willen en kunnen.
Dat ze willen leren, ervaren en doen.

Kortom, het zijn stuk voor stuk honds nieuwsgierige kinderen!
Dát hebben ze gemeen 🙂