Berichten

Precies een jaar geleden stond ik voor een volle zaal. Op een podium. Achter een katheder die op een verhoging stond. Mét microfoon. Een paar dagen eerder was ik er gaan kijken met een goede vriend van mijn vader. Ik wist dat er een podium was maar waarom staat die katheder ook nog eens op een verhoging? vroeg ik verschrikt. Zodat alle mensen je goed kunnen zien merkte hij droog op. Ohja…

Het was de begrafenis van mijn vader. Er waren veel mensen van het dorp die mij óf niet kenden (mijn ouders hadden toch twee kinderen?) óf die mij herinnerden als een verlegen kind. Maar dat was ik niet. Weet ik nu. Zoals veel kinderen ten onrechte als verlegen worden bestempeld.

Verlegen is volgens de Van Dale:
1) bang, terughoudend in de omgang; bedeesd, beschroomd.
2) in moeilijkheden verkerend; gebrek hebbend.

Ja, ik was een stil en rustig kind. Ik speelde het liefst buiten in de natuur. Ik kon uren kleuren op mijn kamer of puzzeltjes maken en mijzelf verliezen in boeken. Nee, ik stond niet elk weekend in de plaatselijke discotheek of vooraan bij feestjes en partijen. Maar ik was niet bang en verkeerde ook niet in moeilijkheden. Sterker nog ik vond het heerlijk. Veel stille en introverte kinderen houden, net als ik, simpelweg meer van rustige omgevingen, luisteren liever dan ze zelf praten, hebben een rijk en intens gevoelsleven, hebben een goed concentratievermogen, zijn hele goede waarnemers, kunnen prima alleen zijn, zijn creatief en innovatief  en beschikken juist over hele goede sociale vaardigheden.

Maar vaak wordt dit niet begrepen en worden deze kinderen geforceerd om mee te doen, worden ze op een assertiviteitstraining gestuurd of is er ongeduld (‘stel je niet aan’, ‘wat is er mis’). Het lijkt net alsof een grote vriendengroep en meedoen met veel sociale activiteiten, gelukkig maakt maar dat geldt niet voor ieder kind. Sterker nog: het werkt vaak averechts. Wat dan wel? Geef deze kinderen de tijd en rust die ze nodig hebben. En begeleid ze bij nieuwe uitdagingen want dáár hebben ze vaak veel moeite mee. Niet omdat ze onzeker zijn maar omdat ze de dingen graag willen overzien en meer tijd nodig hebben om de informatie te verwerken. Want als deze kinderen zich veilig en comfortabel voelen zullen ze je enorm positief verrassen!

Zoals ik deed. Een jaar geleden. Door daar te gaan staan en mijn verhaal te vertellen. Vanuit mijn hart. Nog steeds wordt ik aangesproken door mensen die erbij waren. Dat ze zo geraakt waren.  Dat ik daar stond. Zo krachtig in al mijn kwetsbaarheid. Dat hadden ze niet verwacht. Althans… behalve de mensen die mij echt kennen…


Heb je een introvert kind maar vind je dit lastig? Een paar jaar geleden heb ik hier een e-book over geschreven die je misschien kan helpen. Je vindt hem bij inspiratie.
 

Volgens mij is de meest gestelde vraag sinds ik vuurlooptrainer ben: waarom zou ik gaan vuurlopen? Wat is het nut? Wat is het doel? En de tweede vraag: hoe werkt het? Als of het een trucje is. Doorgestoken kaart. Ach er is niets aan, gewoon 3 rondjes draaien, 5 kniebuigingen maken en als je er dán overheen loopt, is het een eitje roep ik dan wel eens gekscherend. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Het is 900 graden waar je overheen loopt. Hoe dat kan? Tsja.. daarover verschillen de meningen… Is het belangrijk om te weten voordat je het kunt/ wilt doen is dan mijn vraag. En vraag je jezelf dat ook af als je naar het klimbos gaat, een wandeling gaat maken over het strand, een stuk gaat fietsen, parachute gaat springen of in de achtbaan stapt? Ik niet. Waarom dan wel bij vuurlopen?

Maar ik snap het heel goed. Zelf had ik namelijk precies hetzelfde. Vuurlopen was een onderdeel van mijn opleiding bij TORI en dat blok zou worden gegeven door Peggy Dylan, de grondlegster van de vuurloop in het westen. Dan wéét je van tevoren dat je de mogelijkheid gaat krijgen om te gaan vuurlopen. Ik weet nog goed dat ik de avond ervoor alleen in bed lag en dacht: waarom ga ik dit in hemelsnaam doen? Gevoelens van twijfel, van spanning, van onzekerheid maar ook van nieuwsgierigheid hielden mij wakker. Ik realiseerde mij dat het geen snars hielp om me er bij voorbaat druk over te maken, het veroorzaakte alleen maar een slaapgebrek. Toen besloot ik: ik zie wel, ik ga het gewoon doen en ervaren. Het zal me vast iets brengen, anders zouden ze dit niet al 4000 jaar doen… En dát was al een hele stap voor mij: gewoon maar zien wat er gebeurt. In vertrouwen iets gaan ervaren zonder van te voren te weten wat het nut en/of doel is.

Drie mensen uit mijn opleiding deden een week eerder de vuurloopopleiding bij Peggy in Nederland. De pretlichtjes in hun ogen en hun zin in het weekend maakte mijn nieuwsgierigheid nog groter. Als het niet zou kunnen, als het zeer deed, als je er verbrandde voeten aan over zou houden, dan zou het plezier er toch niet vanaf spatten? Mijn nieuwsgierigheid won het dat weekend van de angst voor het vuur en ik liep. En het leerde mij dat ik tot veel meer in staat ben dan ik dacht, het gaf zelfvertrouwen, het leerde mij dat als ik iets vreselijk spannend vind, toch een stap kan zetten en de boel dan in beweging komt. Dat ik altijd een keuze heb. Kortom het verlegde mijn grenzen. En niet geheel onbelangrijk: het gaf enorm veel plezier! Zoveel plezier dat ik besloot om zelf vuurlooptrainster te worden en de opleiding bij Peggy in Schotland ben gaan doen vorig jaar.

En ondanks de vele lopen die ik inmiddels zelf heb gedaan en heb begeleid moet ik je teleurstellen: nog steeds kan ik geen eenduidig antwoord geven op deze vraag. Iedere vuurloop heeft mij iets anders laten zien en laten ervaren. Het vuur (en dus de vuurloop) is namelijk nooit hetzelfde. Dat maakt het zo fascinererend. Het kan mij angst inboezemen maar het geeft mij ook plezier, het verwarmt , ik kan er rustig van worden maar ook vurig. Ik heb er ontzag voor. Steeds meer. Het raakt me op alle lagen: fysiek, mentaal en emotioneel. En dat zie ik ook bij deelnemers: de één glundert van oor tot oor, de ander stuitert van enthousiasme door de ruimte, een ander barst in huilen uit en kan niet meer stoppen met huilen en weer een ander wordt er stil van.

Het enige wat ik erover kan zeggen is  dat een vuurloop iets met je doet. Het vuur geeft iedereen wat het op dat moment nodig heeft. En dat kan per persoon en elk moment heel verschillend zijn: plezier, zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen om een droom of verlangen nu echt waar te gaan maken, focus…. Kortom een ongelofelijke en unieke ervaring!

Meer weten?

Wil je het ook een keer ervaren? Informeer gerust naar de mogelijkheden. Vuurlopen kan vanaf 7 jaar en de enige voorwaarde is dat je zelf moet kunnen lopen. Voor meer informatie zie: metjanne.nl/vuurlopen of neem contact op via contact@metjanne.nl of bel: 06-48077963.

Door verschillende mensen werd ik gewezen op een artikel over huilen bij baby’s. Het geeft wel een aardig beeld van de verschillende zienswijzen in de loop van de jaren en de daaraan gekoppelde richtlijnen. Ik ben er van overtuigd dat al deze mensen het beste voor hadden met hun kinderen en daaruit handelden. En met de wijsheid van nu is het vrij makkelijk om daar over te oordelen. Wat ik alleen steeds mis is dat men alleen bespreekt wat je moet doen en niet een stapje verder kijkt en zich afvraagt welke functie huilen heeft.

Deze week wordt mijn jongste dochter twee. De leeftijd waarop men zegt dat kinderen het woord ‘nee’ gaan ontdekken. Mijn jongste heeft echter niet gewacht tot haar 2e verjaardag (alhoewel het woord ‘nee’ nog niet in haar vocabulair voorkomt) maar dat neemt niet weg dat ze al een paar maanden tot over haar oren in de beruchte peuterpuberteit zit. Het kán dus ook eerder! Hoe zich dat uit? Gillen en op de tafel slaan als ze een beker melk wil. Niet zo.. nee NU! Het eindeloos open maken van kastjes en het liefst de gehele inhoud eruit trekken. Rustig de tuin uitlopen en als je haar roept, draait ze om, kijkt je aan en zet het vervolgens op een lopen richting de speeltuin. En zint mevrouw iets niet? Dan werpt ze zich krijsend en gillend op de grond, trekt holle ruggen en huilt krokodillentranen. En het maakt haar werkelijk niet uit hoe groot de ander is. Als zij hetgeen wil dat de ander in zijn handen heeft dan trekt, krijst en gilt ze. En zo kan ik nog wel even doorgaan… Herkenbaar?

Maar waarom lijken al die twee jarige soms in van die kleine monstertjes te veranderen? Kinderen rond de twee jaar gaan zich beseffen dat ze een eigen individu zijn. Dat zij en papa en mama niet één geheel zijn. Maar dat ze zelfstandig zijn. Met een eigen wil. En die grenzen gaan ze ontdekken: tot hoever kan ik gaan? Wat wil ik? Wat wil ik niet? Een hele gezonde ontwikkeling dus! En wat kun je nu doen als ouder? Laten gaan? Boos worden? Heel hard gaan lachen? Of je samen met je kind krijsend op de grond storten midden in de supermarkt zoals in een reklame?

Bedenk dat dit een belangrijke ontwikkelingsfase is waar elk kind doorgaat en je kind kan zich alleen ontwikkelen als het zich veilig voelt en deze emoties mag uiten. Het zoekt jouw steun en wil bevestigd worden in wie hij of zij is. Het wil serieus gehoord en gezien worden. Door deze bevestiging krijgt het vertrouwen en leert het zichzelf kennen. Maar HOE dan, vragen ouders zich vaak af. Helaas heb ik geen kant-en-klare oplossing. Maar dit zijn de dingen die voor mij de afgelopen twee keer hebben geholpen:

Stel geduldig maar duidelijk je grenzen
Je kind zoekt de grenzen en als ze niet duidelijk zijn, zal hij of zij ze blijven zoeken. En realiseer je dat kinderen af en toe controleren of de grens die gisteren of een uur geleden is gesteld, nu ook nog geldt. Zie het als pure nieuwsgierigheid. Je kind controleert gewoon of het vandaag nog steeds niet op die tafel mag klimmen. Het doet het dus niet om jou te pesten. Gewoon even checken…

Laat je kind zich uiten
Tsja misschien wel het lastigste op sommige momenten. Maar als je kind krijsend op de grond ligt omdat het zijn zin niet krijgt, laat het uitrazen zolang dat veilig kan. Zelf heb ik mijn oudste dochter ooit een keer voor de ingang van de HEMA weggehaald zodat mensen er gewoon in en uit konden en heb haar een paar meter verderop uit laten razen. Je geeft daarmee aan dat je van ze houdt, no matter what. En zij is het belangrijkste, niet wat andere mensen vinden en denken.

Geef aan wat je kind wél mag doen
Bedenk dat je kind het woord ‘niet’ niet hoort. Dit geldt overigens ook voor volwassenen. Als je kind dus een kast open maakt en dat mag niet, zeg dan niet: Neeee Pietje, je mag het kastje niet openmaken want het hoort dan: je mag het kastje openmaken. Het werkt beter door te zeggen: Pietje? Doe je het kastje weer dicht? Of Marietje, stop je de duplo weer in de kist? etc.

Zet knuffels in!
Een gouden tip die ik ooit kreeg van een jeugdarts. Soms zit je kind zo in afzetten dat het niet uit lijkt te maken wat je zegt, alles is gewoon nee.  Dan willen ze vaak wel luisteren naar een knuffel. Laat beer zeggen: zeg lieverd, mag ik vandaag jouw tanden poetsen? En dat vinden ze prachtig! Eerst geloofde ik het niet maar na een paar keer was ik om. Zelfs naar de Robijnbeer in de supermarkt luisterden ze 🙂

Draai het om!
Soms zitten ze gewoon in een modus: ik zet me af om het afzetten! Dan valt er werkelijk geen land mee te bezeilen. Misschien is het volledig pedagogisch onverantwoord maar ik heb hem geregeld ingezet: draai de situatie om. Als mijn dochter brulde: ik wil mijn schoenen niet aan doen! Dan zei ik: nee, ga maar op blote voeten. Dat lijkt me veel beter. Lekker met je blote voeten over straat dat is inderdaad een prachtidee. Binnen no time had ze dan haar schoenen aan en riep: ik doe lekker WEL mijn schoenen aan. Let wel: maak het niet belachelijk.

Lach erom!
Soms is het ook gewoon TE grappig. En als het je soms tot wanhoop drijft herhaal de mantra: het is een fase, het is een FASE. Heus! Het helpt.

Tot zover mijn tips en trucs om met een peuterpubertje om te gaan. Zelf leer ik ook nog elke dag bij. Want het is nu de derde die er inzit en het lijkt ook degene te zijn die er het heftigste inzit. Dus als je nog tips en trucs weet: deel ze! Ik hoor ze graag!