Berichten

Ik weet niet hoe het bij jullie thuis is, maar ik merk dat wat er nu gebeurt niet alleen impact heeft op mijzelf, maar zeker ook op onze kinderen. Van de één op andere dag zijn de scholen dicht, hebben ze vaak geen afscheid kunnen nemen van meester of juf, kunnen niet meer elders spelen, zijn alle sporten gestopt, mogen ze niet meer langs bij opa en/of oma, blijven de mensen binnen en wordt het steeds stiller op straat. Worden de schappen in de supermarkt steeds leger en volgt het ene na het andere nare bericht op het nieuws.

Dit alles werkt enorm door. Zelf merk ik dat ik vooral bezig ben om mijn kinderen te helpen om te gaan met die spanning. Zo zijn hun lontjes korter, laten ze dingen uit hun handen vallen, zijn ze soms in de war. Huilen veel en worden ze boos om (ogenschijnlijk) niets.

Maar hoe vang je dat op? Hierbij een aantal suggesties die voor ons heel goed werken:

  • Zorg allereerst goed voor jezelf. Ga op tijd slapen, eet goed, neem voldoende pauze. Anders kun je zelf ook weinig hebben;
  • Kijk zo min mogelijk nieuws. Eerst wilde ik opschrijven: waar de kinderen bij zijn, maar dat slaat nergens op. Als je veel nieuws kijkt (ook social media), dan pak je de spanning op en dat hebben je kinderen binnen no time in de gaten… Daarmee wil ik niet zeggen dat je je niet moet laten informeren maar de site van het RIVM en NOS in de gaten houden is genoeg;
  • Als de spanning bij kinderen teveel word of ze raken van het gebeuren gefrustreerd, dan hebben ze vaak moeite om dit te uiten. Vaak gaan ze huilen of worden boos. Besef dat dit een vorm van ontlading is. Wees aanwezig. Je hoeft ze de situatie niet nog een keer uit te leggen maar laat ze uithuilen en/of geef woorden aan wat jij denkt dat ze voelen (” Voel je je alleen? “, ” Gekke onzekere tijd is het hè? “). Dan leren ze wat ze voelen woorden te geven;
  • Vertel eerlijk hoe jij je voelt. Als nu je werk weg valt en je maakt je zorgen hoe je de eindjes aan elkaar gaat knopen. Of als je je zorgen maakt om je vader of moeder. Vertel dit. Dan snappen kinderen wat er speelt. Het hoeft niet gedetaillieerd maar dan kunnen ze de spanning plaatsen. Want die voelen ze. Echt.
  • Beweeg! En nee… nu niet met z’n allen naar het strand… Als je een tuin hebt: ga lekker naar buiten. Loop een rondjes als dat mogelijk is. Er zijn ook leuke ideeën online!
  • Wordt het teveel? Zodra het kan: neem een break. Ga in bad. Loop een rondje. Maak iets. Bak iets. Ga iets doen wat jou energie geeft. Zo maak ik nu afspraken met manlief: deze ochtend doe jij, ik ga even iets anders doen. En dat hoeft niet iets nuttigs te zijn moeders!

En als je het écht even niet meer ziet. Neem gerust contact op. Dan kijk ik met liefde met je mee.

Mijn dochter kwam laatst overstuur thuis,
er huilde een jongen op het schoolplein.
Reden was onbekend.
Ze was niet zozeer van slag vanwege het huilen,
maar door de reactie van een mevrouw:
‘ Stop NU met huilen! ‘ had ze hem toegebeten.
Die opmerking was bij haar ingeslagen als een bom.
Maar mama…. zei ze in tranen.
Dat is toch zielig?
Waarom mag hij niet huilen als hij verdrietig is?
Dat is toch niet NORMAAL?!?

Hoe is het nu? vraag ik zacht,
aan een meisje van 13.
Ze ligt bij mij op tafel.
Het blijft stil.
Dan doet ze langzaam,
haar ogen open,
en kijkt mij met een zachte blik aan.
haar gezicht is ontspannen.


Ik voel mij gedragen’ zegt ze.
Dat voelt heel fijn, heel rustig…’
‘ Herken je dit gevoel’?, vraag ik.
‘Nee… dit is nieuw’ zegt ze zacht.


Ik pak een bakje met stenen.
Kies maar een steen die je mooi vind,
en blaas dit gevoel maar helemaal in de steen’.
Ze kiest een prachtige zwarte steen,
met een gouden gloed en blaast het erin.
Ze blijft nog even lekker liggen,
om daarna met dit anker,
in stilte weer naar huis te gaan.

We stonden voor het eerst,
op een echte familiecamping,
en dát vond ik reuze interessant.
Ik had het idee,
dat ik in een snelkookpan was beland.

Ik zag kinderen tegen dezelfde dingen aanlopen:
dingen willen, die niet mogen,
dingen willen maar (nog) niet kunnen,
dingen moeten delen, die ze niet willen delen,
samen moeten spelen, terwijl ze dat eigenlijk niet willen,
en zoveel nieuwe indrukken/ prikkels krijgen,
dat ze zich er soms geen raad mee weten.

En ik zag hoe ouders hier mee omgingen,
en zich leken af te vragen:
zal ik ingrijpen, of niet?
zal ik mij hier mee bemoeien, of niet?
zal ik ze alleen laten gaan, of niet?
zal ik helpen, of niet?
en vooral… hoe handhaaf mijn grenzen?

Alsof ik de hele dag in de spiegel keek.
Goh, zo kun je dat ook aanpakken, nooit aan gedacht. “
Flitste er geregeld door mijn hoofd,
en werd zo weer een stuk wijzer.

En het mooie vond ik, onder de ouders,
heerste een enorme samenhorigheid.
Als er een kind een heftige driftbui had,
was er geen afkeuring, maar begripvolle blikken.
Als er een kind kwijt was,
was er geen oordeel, maar hielp iedereen met zoeken,
Als een kind s’ avonds uren huilden,
keek niemand er van op.

En toen ik dit vertelde aan de kapster,
herkende ze dit helemaal.
En vroegen we ons samen opeens af,
waarom we op vakantie vaak,
openlijker over onze twijfels praten.
minder snel oordelen,
en rustiger blijven,
Dat we ons minder druk maken,
over (schone) kleren,
genoeg vitaminen,
een opgeruimde tent/ huis/ caravan,
en andere dingen.
Of lijkt dat maar zo?

Zou het komen omdat er geen tijdsdruk is
en je als ouder relaxter bent?
Zou het komen omdat je toch alles hoort,
en je niets kunt verbergen?
Zou het komen omdat je meer buiten bent,
en je niet van 9 tot 5 achter een beeldscherm zit?
Zou het….. we kwamen er niet uit…

Ik realiseerde mij wel, hoe belangrijk het is, dat dit gebeurt.
Want zoals één moeder op de camping verzuchtte,
het is alleen al zo fijn dat je weet,
dat je niet de enige bent….

De laatste tijd heb ik steeds vaker boze kinderen in mijn praktijk. Kinderen die driftbuien hebben. Boos worden om ‘niks’. Zich afreageren op broer of zus. Gooien met dingen. Of slaan met deuren. Vaak gevolgd door een wanhopige moeder. Ze begrijpt niet waarom haar kind boos is. Vraagt er naar met als gevolg dat haar kind nog bozer word. Doet haar best haar kind te helpen en krijgt alleen maar de deksel op haar neus. En bij iedere goed bedoelde poging contact te zoeken, lijkt de deur alleen maar nog harder dicht te gaan.

Hier volgen vijf tips om minder te piekeren en heerlijk te slapen!

1. Beweeg!

Dit klinkt misschien een beetje gek maar het werkt echt als een dolle. Door te bewegen zak je vanzelf uit je hoofd. Dit kan een fijne avondwandeling zijn of een potje voetbal maar je kunt ook een fijn muziekje opzetten en gaan dansen. Zeker heel leuk om met kinderen te doen. Iedereen kiest zijn favoriete nummer en dansen maar!

2. Zet beeldschermen op tijd uit

Onderzoek van Harvard Medical School toont aan dat het blauwe licht van een beeldscherm er niet alleen voor zorgt dat je moeilijk in slaap valt. Ook de kwaliteit van de slaap díe je krijgt wordt sterk verminderd! De backlights van beeldschermen zorgen voor een afname van het melatonine-hormoon. Dit hormoon beïnvloedt het slaap- wakkerritme waardoor je niet in slaap kunt komen en daarnaast slaap je onrustiger. Voorkom daarom dat je kind voor het gaat slapen nog achter de TV of een ander beelscherm zit.

3. Massage

Massage is een hele fijne manier om kinderen te laten ontspannen. Zelf heb ik, toen mijn oudste dochter nog baby was, een workshop Shantala massage gevolgd en deze technieken pas ik nog steeds toe. Dit kan gewoon over hun pyama heen. Begin bij het hoofd en eindig bij de voeten. Doe dit in stilte. Op het eind kun je even wat langer de voeten vasthouden. Indien je ze op de blote huid masseert kun je ook gebruik maken van bijvoorbeeld lavendelolie. Dit heeft een extra ontspannende werking.

Maak het niet te moeilijk. Een massage kan heel eenvoudig. Maar mocht je toch graag technieken willen leren, zoek dan eens op workshop shantala of kindermassage. Er is vast een workshop bij jou in de buurt!

4. Ontspanningsoefening

Deze oefening kun je eigenlijk overal doen. Ook overdag, als je merkt dat je kind onrustig of gespannen is. Hij komt uit het boek Stresskids van Wendy Peerlings (aanrader!) en heet ‘in de knoop en uit de knoop’. Ga rustig staan, zitten of liggen. Kruis je enkels over elkaar. Kruis je armen, laat de handpalmen naar elkaar wijzen en grijp met de handen in elkaar. Draai nu je armen van onderuit naar boven en je armen zijn gekruist voor je borst. Adem rustig door terwijl je met je tong op de inademing tegen je gehemelte duwt en bij de uitademing weer ontspant. Doe deze oefening ruim een minuut en je zult merken dat je kind rustiger word.

5. Blablablablabla

Deze oefening kreeg ik zelf ooit bij een meditatietraining en ik heb gemerkt dat kinderen het geweldig leuk vinden om te doen. Ooit heb ik hem gedaan bij het zoontje van goede vrienden die niet kon slapen. Eerst keek hij mij aan of ik gek was geworden. Daarna begon hij heel hard te lachen en uiteindelijk deed hij toch mee en viel hij met een grote grijns in slaap.

Wat doe je? Alle gedachten die in je hoofd rondspoken, geef je geen woorden maar je uit ze wel. Het enige woord wat je gebruikt is ‘bla’. Als het boze gedachten zijn, zeg je heel boos blaBLABLABLA. Het kan ook vrolijk. Verdrietig. Serieus. Gebruik verschillende tonen en emoties. Je hele lijf mag meedoen. Dus als je boos bent dan blaat je gewoon door de kamer, ben je vrolijk dan huppel je er bij. Je kunt echt een heel gesprek met elkaar voeren, enkel met het woord ‘bla’. Doe dit net zolang tot je hele hoofd leeg is. Zo leuk om te doen!

Geregeld is het raak, dan kan één van mijn dochters niet slapen. Ze komen naar beneden of roepen vanuit hun bed dat ze niet kunnen slapen. Ze willen niet dat ik naar beneden ga en dat ik bij ze blijf. Het liefst bij ze in bed. En opzich vind ik dat geen probleem alleen helpt het vaak niet om in slaap te vallen. Sterker nog, ze kwebbelen gezellig door over de dag, wat ze bezig houdt en vertellen wat ze morgen willen gaan doen. Ze zitten zó in hun koppie, dat ze niet voelen dat ze moe zijn. En eerlijk is eerlijk, op een gegeven moment wil ik ook gewoon naar beneden en mijn ding doen. Zo simpel is het.

Maar ja, wat dan? Boos worden heeft geen enkele zin, ze erop aanspreken ook niet. Dan spreek je ze alleen op hun hoofd aan en het is juist de uitdaging om ze te laten zakken want dat koppie ratelt maar door. Dat heb ik zelf ook als ik niet kan slapen. Hoofd leeg maken en je lijf voelen, dan zijn ze zo vertrokken. Maar dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Dus bij deze: in huize Janne werkt onderstaande vaak:

Fysieke aanraking

Shantala massage met lavendelolie of voeten vasthouden is vaak een goede manier. In stilte. Ook laat ik ze vaak op hun rug liggen en leg mijn vlakke hand (met handpalm naar boven) onder hun onderrug en vraag of naar mijn hand willen ademen. Ik vraag of ze zich helemaal zwaar willen maken zodat ze wegzakken in de matras. Soms schuif ik mijn andere hand ook onder hun schouderbladen en blijf zo rustig een paar minuten staan. Mijn handen dragen ze. Als ik voel dat ze wegzakken, trek ik langzaam mijn bovenste hand terug en tot slot mijn onderste hand. Vaak slapen ze dan al.

Blablablablabla

Deze oefening kreeg ik ooit bij een mindfulnesstraining en werkt ook hartstikke goed bij kinderen heb ik gemerkt. Als hun hoofd vol zit met gedachten vraag ik wat die stemmetjes zeggen. Niet in exacte woorden maar in blablablabla. Zijn ze boos? Verdrietig? Vrolijk? Of ratelen ze maar door? Ik betrek het hele lijf. Laat ze schudden met hun handen en hoofd, stampen met hun voeten. Het kan staand maar ook prima liggend in bed. Heel hard en boos blablabla zeggen, vrolijk en luchtig blablabla brabbelen. Met een hoog stemmetje, lage stem, langzaam en snel. Ik doe ook altijd mee. In het begin vinden ze dat hilarisch (en dát maakt ook al dat ze in hun lijf zakken!) en daarna doen ze lekker mee.  Ik heb hele dialogen op deze manier gevoerd. En op een gegeven moment is het op. Hebben ze alles eruit geblablaat en is hun hoofd leeg.

Welke kleur….

Geen idee meer hoe ik hier ooit op kwam maar deze oefening doe ik ook al jaren met mijn kinderen. Als ze zo in hun hoofd zitten vraag ik welke kleur hun armen hebben. Of hun buik, billen, knieën of voeten. Of ze warm zijn of koud. Zacht of hard. Of het tintelt of niet. In het begin zegt de oudste vaak: huidskleur. Maar als ik doorvraag en vraag hoe het van binnen voelt komt ze vaak met de mooiste kleuren. Of ze merken op dat het eerst hard was en later dat het zachter word. Als ze erg in hun koppie zitten begin ik ook daar. Dus: welke kleur hebben je oren? De stap van hoofd naar voeten is gewoon te groot, dus zak ik geleidelijk naar beneden. En vaak, tegen de tijd dat ik bij hun kleine teen ben, slapen ze bijna 🙂

Enne ze werken vaak maar heus niet altijd dus meer ervaringen zijn altijd welkom!

Stel… je gaat voor je werk naar een training die twee dagen duurt. Het is inclusief een hotelovernachting. Niet heel gek in werkend Nederland toch? Je bereidt je voor. Pakt al je spullen en als je weg gaat zegt iedereen tegen je: wél je best doen hè? Wat doet dat met je? Krijg je er nog meer zin in? Haal je je schouders op? Vergroot het je plezier in de training? Roept het een spanning op? Of….

De training blijkt intensief. De hele dag hoor en zie je nieuwe dingen. Van half 9 ’s ochtends tot in de middag zit je op een stoeltje in een inspiratieloze workshopruimte met een flip-over en een white board in een honderd in een dozijn hotel ergens langs de snelweg. Want dat is zó lekker makkelijk bereikbaar. Het enige wat er buiten te zien is, is een strak gemaaid gazonnetje of, als je geluk hebt, een bosje achter het hotel waar je in je korte pauze een rondje kunt wandelen.

De volgende dag krijg je een toets. Om te controleren of je de dag ervoor wel goed genoeg hebt opgelet. Je moet een bepaalde score halen anders krijg je je certificaat niet en dat zou je baas niet leuk vinden. Spannend! Je belt naar huis om te vertellen hoe het is en weer hoor je: wél je best doen hè? Wat doet dat met je? Ga je nu met een gerust hart de toets in of roept het juist meer spanning op? En wat als je straks faalt? Begreep je de stof niet goed genoeg? Deugde de test niet? Was de trainer een eikel of … heb je dan simpelweg niet genoeg je best gedaan?

Achja…ik heb het bovenstaande allemaal maar verzonnen. Mijn duim is groot, zoiets gebeurt natuurlijk niet. Alhoewel… ik hoor volwassenen dit zó vaak tegen kinderen zeggen. Op het schoolplein, in het zwembad, bij de sportvelden, ….. Het is bijna niet te turven hoe vaak er word gezegd ‘wél je best doen hè? Het staat zelfs in kinderboekjes! Hoe vaker ik het lees of hoor, hoe opstandiger ik word. Waarom zeggen we dat toch iedere keer weer? Alsof kinderen het anders niet ‘goed genoeg’ proberen? Ze anders er met hun pet naar gooien? Het lijkt wel een motie van wantrouwen! Wat is er mis met ‘van proberen kun je leren’? Experimenteer, probeer, heb plezier en leer!

Een oud collega keek me ooit verschrikt aan toen ik me hier vreselijk druk om maakte bij de lunch. Hij realiseerde zich plotseling dat hij dit elke ochtend tegen zijn dochters zei. Tsja… en waarom eigenlijk? Hij had er nog nooit over nagedacht. Het was een gewoonte. Het was een standaardzinnetje geworden. En ik vrees dat hij niet de enige is.

Vertwijfelt vroeg hij: maarre… wat zeg jij dan eigenlijk? Nou gewoon: veel plezier! Geniet van deze mooie dag! Zoiets. Er verscheen een brede lach op zijn gezicht. Je hebt gelijk. Dat is het allerbelangrijkste! Dat zouden we eigenlijk allemaal moeten je zeggen. Precies! Wie volgt?